6 valkuilen in een ICT-beleidsplan (door Michel van Ast)

Techniek en onderwijs

Bezig met een ICT-beleidsplan binnen je school? Lees deze gastblog post van Michel van Ast en voorkom in ieder geval deze valkuilen!

Michel van Ast is als senior trainer / adviseur vooral actief op het thema ‘onderwijs en ICT’. Hij geeft lezingen en workshops, adviseert en begeleidt onderwijsinstellingen en traint en coacht docenten die technologie willen inzetten in hun eigen klas. Daarnaast schrijft hij regelmatig voor diverse onderwijsbladen en -blogs.

6 valkuilen in een ICT-beleidsplan

Ik krijg veel ICT-beleidsplannen van scholen onder ogen. Beleidsplannen met daarin uitgangspunten, argumenten en voornemens om voor (meer) ICT te kiezen. De kwaliteit van die beleidsplannen wisselt enorm, evenals de mate waarin ze gedragen worden door anderen dan de schoolleiding alleen. Maar wat mij met name opvalt is de overeenkomst in die uitgangspunten, argumenten en voornemens. En dat is goed, want dat betekent mogelijk dat veel scholen in Nederland op dezelfde manier kijken naar de inzet van ICT in hun onderwijs. Ik wil hier echter 6 veel terugkerende uitgangspunten noemen, omdat ik denk dat die gebaseerd zijn op misvattingen.

  1. Streven naar meer digitalisering

Ik struikel over het woord digitalisering, ik kom dat zo vaak tegen in plannen. In sommige gevallen wordt het uitgewerkt, maar in de meeste gevallen wordt het begrip te pas en te onpas gebruikt alsof iedereen dan onmiddellijk exact hetzelfde beeld in zijn of haar hoofd heeft. Vergelijk het met het woord ‘hond’. Als ik ‘hond’ zeg denkt de een aan een Teckel, terwijl de ander een Deense Dog voor zich ziet. Definieer daarom in je ICT-beleidsplan heel duidelijk wat je precies verstaat onder ‘digitalisering’.

  1. 50% van ons onderwijs moet digitaal

Dit uitgangspunt kom ik in meerdere vormen tegen. In sommige gevallen staat er expliciet iets bij over leermiddelen, in sommige gevallen wordt het afgemeten aan het aantal lessen of de tijdsduur per les. Maar het is in alle gevallen een eigenaardig uitgangspunt, omdat het al dan niet digitaal zijn van een les of leermiddel in de eerste plaats niets zegt over de kwaliteit ervan en in de tweede plaats niets zegt over of de vorm past bij de onderwijskundige visie van de school. Laat staan dat de hoeveelheid daar iets over zegt.

  1. Aansluiten bij de belevingswereld van de leerling

In vrijwel geen enkel ICT-beleidsplan ontbreekt dit uitgangspunt. Hier spreekt de wens uit om de leerling centraal te stellen. Maar als je bedenkt dat de belevingswereld van de leerling wat betreft ICT een heel andere is dan datgene wat veel scholen voor ogen hebben met ICT, dan zie je onmiddellijk dat je daar in veel gevallen niet aan kunt voldoen. Om het wat concreter te maken, ik was onlangs op een school die dat ook in hun ICT-beleidsplan hadden staan. Maar op vrijwel iedere deur in het gebouw hing een bordje met ‘mobiele telefoons in de school verboden’. Dat kunt je doen, mobiele telefoons in school verbieden, maar dan moet je niet als uitgangspunt opschrijven dat je met ICT wilt aansluiten bij de belevingswereld van je leerling.

  1. ICT om beter te kunnen differentiëren

Differentiëren, omgaan met verschillen, recht doen aan verschillen of hoe je het ook wilt noemen, het is een onderwerp dat veel mensen bezig houdt en dat ik veelvuldig teruglees in beleidsplannen. Ik denk dat het goed is om je af te vragen als school hoe je je onderwijs kunt inrichten, zodanig dat het recht doet aan alle verschillen van leerlingen. Maar je moet niet de illusie hebben dat je met behulp van ICT beter kunt differentiëren. Het begint namelijk met kunnen differentiëren, de stap daarna is ICT inzetten om een aantal dingen gemakkelijker te maken. Maar als je als docent niet in staat bent om te differentiëren, of je bent als school daar niet op ingericht, dan moet je niet verwachten dat ICT daar ook maar iets in gaat veranderen.

  1. ICT erin, boeken eruit

Ik begrijp dat wel, want je kunt je geld maar een keer uitgeven. De consequenties van die keuze, alle leermiddelen digitaal, zijn echter niet gering. Om te beginnen neemt de ‘screentime’, de tijd dat leerlingen achter een scherm zitten, enorm toe. Wil je dat? Bovendien, uit steeds meer onderzoeken blijkt dat het maken van aantekeningen met pen en papier leidt tot betere resultaten, zeker op conceptueel niveau, dan het maken van aantekeningen op een computer. En niet in de laatste plaats is het niet meteen heel handig om en je werkboek en je informatieboek en je online bronnen op een (klein) scherm te hebben.

  1. Gepersonaliseerd leren

Dit is al bijna net zo’n containerbegrip als ‘digitalisering’. En ook hier geldt dat ik niets heb tegen het begrip an sich en tegen de wens die erachter schuilgaat om beter aan te sluiten bij de individuele leerbehoefte van leerlingen, maar wel tegen de verwachtingen die erbij horen en de invulling die vaak wordt gekozen. Om te beginnen: al het leren is individueel. En dus gepersonaliseerd. Om de eenvoudige reden dat iedereen andere voorkennis, voorkeuren, talenten, etc. heeft. Maar zodra je gepersonaliseerd vertaalt naar digitale, interactieve en zogenaamd adaptieve leermiddelen zie je de computer als een apparaat om niets meer te doen dan leerstof bij leerling brengen. Daarmee verwar je leren met het aanbieden van leerstof volgens een computeralgoritme. Daarmee laat je de kracht van ICT, de kracht van laptops en tablets als leergereedschap volledig buiten beschouwing.

Michel van Ast
06 – 460 76 141

info@michelvanast.nl

@mvanast

LinkedIn

Een leven lang leren? Niets is leuker, toch?

Onderwijs

Als je in het onderwijs werkt dan moet je leren leuk vinden, toch? Je vak is gericht op leeropbrengsten van leerlingen en het is je core business om je studenten de liefde voor het leren, het ontdekken en het ontwikkelen bij te brengen. En als het even kan, ook de liefde voor je vak. Als schoolleider moet je die liefde niet alleen uitdragen naar je leerlingen, maar ook naar je team. Dit gebeurt niet altijd succesvol, maar daar kunnen we met elkaar wel naar streven. Dat zijn we onszelf en onze leerlingen verplicht. Zoveel mensen, zoveel wensen en zoveel ideeën en opvattingen.

Leren en laten leren hoort bij het onderwijs. Werk je met jonge mensen, dan werk je met nieuwe generaties, verschillende opvattingen en snel veranderende toekomstbeelden. Je leidt op voor beroepen die nog niet bestaan, geeft sturing aan vaardigheden die nieuw zijn voor jezelf en moet bewust zijn van nieuwe technologie die voor jouw leerling net zo gewoon is als de vaste huistelefoon ooit voor jou was.

Om dit goed te kunnen doen moet je jezelf blijven ontwikkelen en blijven scholen. Gelukkig is dat niet erg. Sterker nog, dat is vooral heel erg leuk! Zoals leerlingen steeds mondiger worden, inspraak eisen en voldoende keuzes willen hebben in hun leerproces geldt dat ook voor schoolteams. De tijd dat je een saaie, niet echt aan de praktijk relaterende, niet aan affiniteit appellerende studiedagen kon organiseren is (gelukkig) voorbij. De komst van initiatieven als Edcamp naar Nederland heeft veel docenten geïnspireerd om soortgelijke activiteiten te initiëren op hun eigen school. Schoolleiders zien steeds vaker dat het aanbieden van diverse workshops, waarbij het team kan kiezen welke ze gaan volgen, meer resultaat oplevert. Daarnaast wordt steeds vaker de expertise van de eigen mensen, al dan niet gecombineerd met trainers van buiten de organisatie, ingezet om gezamenlijk te leren en te ontwikkelen.

Allemaal goede ontwikkelingen die meer vorm en momentum moeten gaan krijgen binnen het gehele onderwijsveld. Kennis delen is een must. Hoe je een goede flow van leren, ontwikkelen en delen binnen een school opzet, hangt af van de heersende cultuur, de dynamiek van het schoolteam en de visie van de school. Het maken van een scholingsplan gekoppeld aan de visie met een bijbehorend tijdpad, (tussen)doelstellingen en reminders kan helpen om een duidelijk beeld te krijgen van de te nemen acties. Daarnaast kan een denktank/werkgroep binnen school inventariseren waar de leerbehoeften liggen. Dit hoeft niet veel tijd te kosten en het zou ook niet alleen vraaggestuurd vanuit docenten moeten komen. Het woord “schoolleiding” is niet een leeg begrip: durf leiding te geven aan de leervragen, leerbehoeften, schoolwensen en de geconcretiseerde visie!

Hoe gaat dat op jouw school? Voel je je gemotiveerd om te leren? Kun je je affiniteit kwijt? Is leiding geven aan je docententeam lastiger dan je verwacht had? Ik ben benieuwd naar de ideeën en insteken!

Hieronder vind je een aantal links naar enkele interessante trajecten/ideeën/organisaties (mijn favorieten):

Happy learning!

Patricia

Als ik later groot ben, dan…

Onderwijs en leiderschap

We hebben als kind allemaal ideeën gehad over wat en wie we wilden worden als we “groot” waren. Voor de een is dat sneller duidelijk dan de ander, maar ieder kind denkt aan later. Alsof “later” een eindstation is. Naarmate we opgroeien, keuzes maken en een beroep kiezen blijkt dat “later” er altijd is. En dat je dus telkens opnieuw betekenis moet geven aan wat je wilt. Persoonlijke en professionele ontwikkeling liggen dicht bij elkaar en mogen wat mij betreft dan ook echt wel hand in hand gaan. Lastig kan het wel zijn, want door jezelf open te stellen voor constante ontwikkeling, verrijking en groei, verplicht je jezelf ook om kritisch in de spiegel te blijven kijken en om je te omringen met mensen, situaties en omstandigheden, die je helpen groeien. Leuk, mooi, maar ook spannend, eng en soms confronterend.

In het onderwijs ben ik grofweg twee groepen docenten tegengekomen. De ene groep weet al van kinds af aan dat hij of zij het onderwijs in wilt en is vaak direct na de middelbare school de docentenopleiding begonnen en aan de slag gegaan. De andere groep heeft eerst een ander pad gekozen en is pas later, door welke reden of overweging dan ook, in aanraking gekomen met het onderwijs. Elke school kent een mix van dit soort docenten. De startgedachten zijn vaak heel divers en dat maakt het voor een schoolleider noodzakelijk om het professionaliseringsaanbod divers te maken en in te richten op differentiatie. Zoals elke leerling anders is, is ook elke onderwijskracht verschillend.

Met de huidige berichten, notities en eisen op het gebied van onderwijsprofessionalisering vanuit de docenten zelf, de scholen, ouders, overheid en dus ook de inspectie, ontkom je er als schoolleiding niet aan om professionalisering prominent op de agenda te zetten. Maar waar start je? Het samen betekenis geven aan veel gebruikte onderwijstermen is een mooie exercitie. In groepen, goot of klein, inventariseer je wat men verstaat onder termen als “professionalisering”, “differentiatie”, “opbrengst gericht werken”, “data-gericht sturen”, “passend onderwijs in de les”, “mentoraat”, etc. Deze oefening helpt het gesprek op gang te brengen en om samen meer op de lijn te komen die past bij de door de school geformuleerde visie. Dit betekent niet dat iedereen hetzelfde moet gaan denken over de betekenis van de woorden. Integendeel. Het geeft een idee van wat er leeft, het maakt het bespreken van verschillende noties en ideeën bespreekbaar en het haalt eventuele weerstand boven tafel. Het is vervolgens aan de schoolleider of de schoolleiding om de kaders te scheppen. Alle overige medewerkers kunnen vervolgens binnen die kaders mogelijkheden en wegen bedenken waarbij de vooraf SMART geformuleerde uitkomsten het beste behaald worden. Door met elkaar af te spreken dat je het samen doet, met ieder zijn eigen taken en bevoegdheden, is een stap richting een meer professionele cultuur gezet. 

Op veel scholen gebeurt al heel erg veel en worden er mooie stappen gemaakt, waarbij er telkens naar de behoeften van de leerlingen gekeken wordt. Onderwijs is voor onze leerlingen. Zij zijn het belangrijkste. Dat neemt niet weg dat de school natuurlijk altijd moet proberen de beste werkgever te zijn en daardoor oog moet hebben voor de leerbehoeften van haar team. Kwaliteit maak je samen.

Aanrader voor schoolleiders is het boek Leading Schools in a Data-Rich World dat aan de hand van toegankelijke theorie, oefeningen en opdrachten, leiders helpt om een solide fundament te leggen voor schoolleiding in deze roerige, maar interessante tijden. 

Happy learning!

Patricia

Ik ga op studiereis en ik neem mee….

Onderwijs en leiderschap

De tijd dat een docent met enige organisatorische kwaliteiten en een lange adem op de stoel van “het hoofd” ging zitten is voorbij. Schoolleider is een heus vak tegenwoordig en een duidelijke keuze. Je moet kennis hebben van de Wet op onderwijs, oog hebben voor zowel docenten, ouders, leerlingen en allerlei overige deelnemers van binnen en buiten de organisatie, je moet een visie hebben en deze ook nog eens concreet kunnen maken en uitdragen, je moet leiderschapskwaliteiten bezitten en altijd bereid zijn om door feedback en reflectie te leren en te verbeteren. Geen wonder dat professionaliseren van schoolleiders een hot item is.

Er wordt veel gesproken over professionalisering van docenten, zowel door docenten zelf, hun werkgevers, als door het politieke veld. Dat is ook goed, zeker nu de onderwijsvraag zo ingrijpend en zo snel verandert. Wat misschien minder gehoord wordt is de gesprekken over professionalisering van schoolleiders, terwijl die echt wel gevoerd worden. En wat ook erg noodzakelijk is. Het schoolleidersregister is niet minder belangrijk dan het lerarenregister en zonder in te gaan op of deze registers nu een goed idee zijn of niet, verplicht moeten zijn of niet of hoe ze precies ingericht en beheert moeten worden, het blijft een aantrekkelijk idee om al je scholing, zowel formeel als informeel, ergens te kunnen registreren.

Er zijn diverse activiteiten mogelijk om je te ontwikkelen. De een heeft voorkeur voor (doorgaans) langere trajecten en formeel onderwijs, zoals een Master Schoolleiderschap of een Master SEN, de ander heeft meer aan informele leerkansen door deelname aan Edcamps, intervisiebijeenkomsten of workshops binnen verenigingen als The Crowd. Een combinatie kan natuurlijk ook. Wat je ook doet om jezelf te blijven ontwikkelen maakt niet uit, zolang je zelf het gevoel hebt dat je activiteiten bijdragen aan je (persoonlijke) ontwikkeling.

Edutrainers van de Tumult Groep ontwikkelde samen met Dick de Groot een mooie combinatie van formeel en informeel leren voor schoolleiders. Door gebruik van literatuur, intervisie tussen gelijkgestemden en bijeenkomsten op inspirerende locaties krijg je als schoolleider handvatten om de schoolvisie nog concreter te maken of aan te scherpen en om deze helder uit te dragen. Het gebruik van ICT heeft ook een belangrijke plaats in deze sessies.  Heb je zin in een school(leiders)reisje waarin interessante ontmoetingen, formeel en informeel leren samenkomen? Kijk dan eens hier. Een factsheet vind je hier.

Happy learning!

Patricia

Het Efficacy Framework van Pearson: Maak je onderwijs echt beter.

Onderwijs en leiderschap

FullSizeRender

Vorige week donderdag was ik samen met het TeachPitch team te gast bij Pearson in London voor een efficacy workshop. Onze gastheer en workshop leider, Kelwyn Looi, nam ons mee naar een mooie ruimte waar we rustig zouden kunnen werken. Naast het feit dat het uitzicht STUNNING was, vond ik ook de workshop echt de moeite waard.

Efficacy, dat zich laat vertalen door doeltreffendheid of effectiviteit, is volgens Pearson de  manier om het onderwijs te veranderen. Belangrijk is dat de aandacht wordt verplaatst van de input naar de output. Oftewel: alles moet gericht zijn op de uitkomsten van het leerproces. Wat heeft een leerling echt geleerd? Hoe heeft het geleerde zijn of haar leven positief veranderd? Om te leren je product door deze bril te bekijken, heeft Pearson het Efficacy Framework ontwikkeld. Het kan worden ingezet om te bekijken of jouw product of materiaal ook werkelijk datgene doet wat jij zou willen of wat jij verwacht dat het doet. Je kunt dit model gebruiken als uitgever, als bedrijf in de onderwijsmarkt, maar zeker ook als docent of als schoolleider.

Het framework bestaat uit 4 hoofdonderwerpen die weer in 3 sub-onderwerpen zijn verdeeld. Vervolgens ga je met je team, sectie, MT, of welke samenstelling je dan ook hebt, aan de slag door elk onderwerp tegen het licht te houden en  te beoordelen met een kleur. De kleur geeft de prioriteit aan van de acties die je moet nemen. Door je gewenste uitkomsten heel specifiek te maken, werk je doelgericht naar die uitkomsten toe en zie je snel waar je plan bijgesteld moet worden. Deze video legt je in 5 minuten uit wat het is.

IMG_2291

IMG_2292

Ik moest direct denken aan het inmiddels zeer bekende “opbrengst gericht werken”. Daar waar deze term nog wel eens de plank mis slaat, is het idee natuurlijk prima. Immers, je lessen zijn geen bezigheidstherapie, je wilt dat leerlingen echt iets leren. Daarnaast heeft elke school een missie die altijd gericht is op de ontwikkeling van haar leerlingen. Door je visie, je missie, je schoolplan en andere ideeën door de efficacy framework bril te bekijken, zal het makkelijker worden je standpunten te duiden en naar buiten te brengen. Naast ontwikkeling van leerlingen is ontwikkeling van docenten ook een speerpunt voor schoolleiders. Door heel duidelijk te formuleren wat de uitkomst van professionalisering moet zijn, kun je als schoolleiding ook aan de slag met gerichte acties die bijdragen aan het ontwikkelen van een professionele cultuur. Het framework kan je dus helpen bij het daadwerkelijk implementeren van opbrengst gericht werken binnen een (meer) professionele cultuur.

Voor mij komt het bij efficacy neer op het helder krijgen van de juiste acties. Wat moet ik doen om bepaalde gewenste uitkomsten echt te realiseren? Hoe straight forward, to the point en “zakelijk” het framework ook mag lijken, ik zie er idealisme in: ECHT samen voor ECHT beter onderwijs!

Patricia

Google Formulieren

Techniek en onderwijs

Tool: Google Formulieren

Prijs: Gratis

Wat kan de tool?

Google Formulieren is een onderdeel van Google Drive. Heb je een Google account, dan kun je direct met deze twee aan de slag (als je een Gmail-adres hebt, heb je automatisch een Google account, hetzelfde geldt als je een Android-telefoon hebt). Vanuit Google Drive (jouw persoonlijke online harde schijf) kun je een Google Formulier opzetten (jouw nieuwe document). De mogelijkheden die de formulieren biedt zijn haast eindeloos. In het onderwijs, maar ook daarbuiten, worden de formulieren vaak gebruikt als enquête-middel. Gebruik je Google Formulieren echter alleen hiervoor, dan beperk je jezelf enorm in de mogelijkheden die de formulieren bieden. Google Formulieren is er namelijk voor gemaakt om alles wat je in formuliervorm kunt opzetten, digitaal te maken en online te verspreiden (van schriftelijke toets tot evaluatie van een gesprek).

Wat kan ik er mee in de organisatie en in de klas?

Zoals hierboven al beschreven, kun je de formulieren inzetten om bijvoorbeeld enquêtes op een snelle manier te verspreiden. Zo kun je via een Google Formulier je collega’s vragen om hun mening te geven over een studiedag. Ook kun je in een organisatie aanmeldingen voor een activiteit of evenement via een formulier laten verlopen. Formulieren in de les gebruiken? Dan is het handig om te weten dat je met Google Formulieren ook toetsen kunt opzetten, automatisch laten beoordelen en becijferen! Dit laatste kan je voor elkaar krijgen door in het formulier gebruik te maken van een ‘script’ (eigenlijk is het meer een extensie), namelijk Flubaroo. Deze extensie is erg simpel in gebruik, hoe het precies werkt kun je hier lezen. Naast toetsen kun je je leerlingen ook andere opdrachten laten inleveren via formulieren, zoals artikelen en andere schrijfsels.

De reacties op Google Formulieren (oftewel de opgegeven antwoorden), worden allemaal samengevoegd in een Google Spreadsheet, dat automatisch aan het formulier wordt gekoppeld en in je Google Drive komt te staan. Dit zorgt ervoor dat je af bent van die stapels papier en dat alle antwoorden overzichtelijk bij elkaar geplaatst worden en jij met die informatie direct iets kunt.

Heb jij nog meer leuke ideeën voor Google Formulieren in de klas of in de organisatie, of heb je nog vragen? Laat het me weten!

Chris.

Hoe maak je professionaliseren in het onderwijs toegankelijk en succesvol?

Onderwijs en leiderschap

Onderwijs is een interessante branche. Nergens hebben werknemers zoveel ruimte om hun eigen ding te doen als in het onderwijs. Als school ben je nog behoorlijk afhankelijk van de bereidheid van een docent als het gaat om inbreng, vernieuwing en verbetering. Iedereen weet: wanneer die deur dicht gaat, is het volledig aan de docent. En dat is goed. Meestal.

Een docent moet heel veel: interessante lessen voorbereiden, werken met veel verschillende groepsdynamieken, volle klassen, administratie, correctiewerk, noem maar op. De laatste jaren worden er aan de docent ook steeds hogere eisen gesteld. Dat is niet makkelijk, maar wel een gegeven. Toch zijn er nog steeds docenten die een toets zonder blikken of blozen al jaren hergebruiken, zonder deze na te lopen. Soms zie je zelfs nog handgeschreven exemplaren voorbij komen. Er zijn docenten die altijd, een heel lesuur aan het woord zijn en die verwachten dat leerlingen luisteren, noteren en leren. Zo niet, dan ligt het aan de leerling, niet aan de (uitgebreide) uitleg, zo vinden zij. Dat klinkt negatief, maar zo is het niet bedoeld. We weten allemaal dat er docenten zijn die niet het beste resultaat leveren en die niet aansluiten bij het 21ste eeuwse kind. Dat wil echter niet zeggen dat zij dat niet zouden willen. Vaak willen docenten, die al jarenlang op een zelfde wijze les geven, best leren, veranderen en meer naar toepassingsgericht onderwijs gaan, maar weten ze simpelweg niet hoe. En als je iets al jarenlang doet, vaak met redelijk resultaat, dan blijf je dat ook vaak doen. Veranderen is eng en dat ziet niet iedereen zitten. Zeker niet als je geen vertrouwen hebt in de begeleiding naar iets anders.

Zoals van docenten verlangd wordt dat zij hun leerlingen begeleiden naar zelfstandige mensen, met vaardigheden die hen een leven vol voorspoed moet brengen, zo mag er van de schoolleiding verlangd worden dat zij haar docententeam begeleidt naar de meeste leerwinst, het beste docentschap en naar veel werkplezier. Hierbij moet zeker zoveel aandacht zijn voor differentiatie als dat er door de inspectie aandacht is voor differentiatie voor leerlingen. Geloof me, dat is niet gering… Maar ook hier geldt: veel schoolleiders willen wel, maar weten niet hoe.

Met al die goede bedoelingen, en die zijn er echt, heb je echter nog geen enkel resultaat. Hoe kunnen wij het onderwijsveld nu zo professionaliseren, dat werken aan verbetering, excellentie en talent-management de normaalste gang van zaken wordt met een heel bekend en toegankelijk plan van aanpak? Is het schoolleider- en lerarenregister een eerste stap? Is er een model te bedenken die recht kan doen aan alle vragen naar professionalisering? Is het nodig om dit centraal te regelen? En vooral: wie bepaalt wat goed is? Is dat de PISA ranglijst? Is dat de inspectie? Zijn dat ouders en leerlingen? Of zijn het de leraren zelf? Meer vragen dan antwoorden op dit moment! Weet jij het?

Patricia

Blend al je lescontent samen in Blendspace!

Techniek en onderwijs

Tool: Blendspace

Prijs: Gratis en betaald (Premium, $4 per maand)

Binnen het onderwijs is er al een groot aantal docenten die zelf instructievideo’s maakt en deelt voor hun leerlingen via bijvoorbeeld YouTube. De verwachting is dat dit aantal in de komende jaren nog flink gaat stijgen. Daarnaast gebruiken docenten ook steeds meer de filmpjes die gemaakt zijn door andere docenten of soms zelfs leerlingen. Om al deze content goed en overzichtelijk te kunnen bewaren zijn er diverse toepassingen. Hier komt Blendspace om de hoek kijken.

Wat kan de tool?

Op Blendspace kun je een gratis account aanmaken. De applicatie kent een gratis versie, maar ook een betaalde versie (Premium) waarbinnen er nog meer mogelijk is. De gratis versie biedt echter meer dan voldoende. Nadat je een account gemaakt hebt kun je starten met het maken van lessen. Dit betekent niet meer dan dat je pagina’s kunt maken waar je informatie over een bepaald onderwerp overzichtelijk bij elkaar plaatst. Je kunt eigen informatie uploaden via je computer, Google Drive of Dropbox, maar je kunt ook informatie zoeken en importeren vanuit bijvoorbeeld YouTube, Educreations en Flickr. Daarnaast kun je een tekst toevoegen en zelfs een multiple choice vraag invoegen. Alle informatie komt op één pagina te staan.

Wat kan ik ermee in de klas?

In Blendspace kun je klassen maken en je leerlingen uitnodigen om je pagina te bekijken. Je geeft hun de link naar de pagina en daarmee ontstaat een besloten groep waarbinnen al je lesmateriaal, huiswerk of leerlingenwerk overzichtelijk aanbiedt aan je klas. Je kunt natuurlijk ook openbare lessen maken die iedereen kan bekijken. Bekijk deze populaire les over fotosynthese maar eens. Deze is al 53500 keer bekeken en je kunt hem ook kopiëren als je hem zou willen gebruiken en/of uitbreiden. Blendspace biedt ook de mogelijkheid om direct quizjes te verwerken.

Wil je meer weten over Blendspace of ken je soortgelijke tools? Laat het me weten!

Chris

Samen zorgen voor meer Kairos in het vooral met Chronos georganiseerde onderwijs.

Onderwijs

Een tijd geleden kwam ik geheel toevallig, op een avond in de Nieuwe Liefde in Amsterdam, in aanraking met de begrippen Kairos en Chronos. Joke Hermsen, een filosofe waar ik tot die dag nog nooit van gehoord had, nam een volle zaal mee op een reis door haar boek Kairos, Een nieuwe Bevlogenheid. Het gesprek dat op het podium gevoerd werd maakte indruk op me en ik nam me voor meer met Kairos te doen. Helaas kon ik nog niet loskomen van Chronos. Onlangs kwam ik op Twitter weer met de begrippen in aanraking en voelde direct weer de behoefte om mijn enthousiasme voor dit onderwerp uit te dragen. Zeker nu ik onbewust zelf meer heb geleerd over de verschillen tussen beide invullingen van het begrip “tijd”. Bij deze dan.

De Grieken hebben twee woorden voor tijd, met beiden een andere betekenis van die tijd. De eerste betekenis is de meest bekende: Chronos. Deze tijd is de te meten tijd. Een begrip waar we binnen het onderwijs veel mee in aanraking komen en vooral altijd te weinig van lijken te hebben. Denk aan de roosters, minutieus geplande 40,45,50,70 of 100-minuten geplande blokken, periodes, toetsweken, overleguren, etc. De tweede geniet duidelijk minder bekendheid en wordt Kairos genoemd. In de Griekse Mythologie is Kairos de jongste zoon van Zeus en de god van het geschikte moment. Deze tijd wordt niet gemeten in uren, secondes of jaren, maar in dimensies van betekenis en ervaring. Dat klinkt wellicht vager dan het is. Denk aan momenten waarop je je heel erg geïnspireerd voelde of projecten waarin je je zo hebt gestort dat je “de tijd vergat”. Dat zijn de momenten, de tijd, van Kairos.

Mensen in het onderwijs zouden eigenlijk juist bekend moeten zijn met deze verschillende tijden. Immers, elke dag is het aan de docent zijn leerlingen te inspireren, te raken en mee te nemen op een reis van ontwikkeling. Het is de kerntaak van een schoolleider om zijn team te inspireren een levenlang te blijven leren, groeien en ontwikkelen om hen zo te helpen de zware taak van het docentschap te blijven uitvoeren met de bezieling die het beroep vraagt.

Ik zeg niet dat we de roosters overboord moeten gooien of onze jaarplanners per week moeten gaan maken. Wel kan ik me voorstellen dat we meer aandacht aan de ervaringen, de inspiratie en het initiatief kunnen geven. Als secties hun plannen, doelstellingen en doorlopende leerlijnen invullen door te kijken naar gewenste uitkomsten in plaats van naar de door de uitgever van de methode geplande tijdlijnen, komt er meer ruimte voor gepersonaliseerde leerervaringen, niveaus, snelheid en interesse. Als schoolleiders dicht bij hun visie, de stip aan de horizon en de gewenste leerervaringen van het docententeam blijven, komt er meer ruimte voor projecten en activiteiten die echt iets opleveren. Als we met elkaar scherp blijven om de focus niet op de uren maar op de leeropbrengst te richten, dan hebben we misschien minder vaak het gevoel het altijd veel te druk te hebben.

Natuurlijk heb ik de wijsheid niet in pacht en ik pretendeer ook helemaal niet dé oplossing voor de tijdsdruk of de ervaren werkdruk te hebben. Maar het zou toch mooi zijn als we met behulp van Chronos en Kairos samen het onderwijs meer rust en betekenis zouden kunnen geven en dat we de nadruk vooral op de leerervaringen kunnen leggen, voor zowel de leerlingen als de docenten. Zelf ben ik iemand die resultaatgericht werkt, graag efficiënt met “mijn” uren omga en nogal makkelijk slaaf kan zijn van de onooglijke Chronos. Ik begrijp steeds meer van Kairos, maar doorzie deze jonge, aantrekkelijke god nog altijd niet. So, I guess the journey continues.

Voor meer informatie over de begrippen kan ik het boek van Joke hermsen aanraden. Mocht je meer van artikelen houden dan vind je hier een interessante over wat Kairos inhoudt. Kijk je liever naar een gesprek omtrent dit onderwerp, dan is dit interview een aanrader wat mij betreft.

Tot de volgende keer!

Patricia

Hoe “recepten” je kunnen helpen je docententijd effectiever te gebruiken: IFTTT

Techniek en onderwijs

Tool: IFTTT

Prijs: Gratis

Tijd besparen op handelingen die je altijd opnieuw moet uitvoeren in apps, op websites en op sociale media en je meer kunnen richten op de inhoud. Dat willen we allemaal, toch? Het kan, dankzij IFTTT!

Wat kan de app?

IFTTT is een online service die apps, websites en sociale media verbindt. Ja, ik weet het, dit klinkt nogal vaag. De titel IFTTT maakt al meer duidelijk: IF This, Then That. Dit is afgeleid van computertaal: wordt er aan een bepaalde voorwaarde voldaan (trigger), dan moet er een handeling worden uitgevoerd (action). Oftewel, gebeurt er iets in een app, op een website, of op een sociaal medium, dan wordt er actie ondernomen, en wordt de vooraf bepaalde handeling uitgevoerd. IFTTT is gekoppeld aan 136 ‘kanalen’ (oftewel 136 verschillende apps, websites en sociale media). Veel van deze kanalen kent iedereen (van Facebook tot Twitter en van Google Drive tot Instagram). Ook zijn er minder bekende services gekoppeld, zoals Pushbullet en OneNote. Daarnaast kun je IFTTT integreren in je smartphone of tablet, met de apps voor iOS en Android.

Eenmaal een account aangemaakt op IFTTT, kun je jouw eerste ‘recept’ (recipe genoemd) creeëren. Ook kun je browsen door de honderden, waarschijnlijk al duizenden, recepten, die andere gebruikers hebben gemaakt. Kies een trigger en selecteer een actie die moet worden uitgevoerd, als aan deze trigger is voldaan. (Gebruik je een bepaalde service voor de eerste keer in combinatie met IFTTT, dan moet je IFTTT vaak even eenmalig toegang geven, dit is met twee kliks gebeurt.) Een aantal voorbeelden uit mijn ‘receptenboek’:

  • “If any phone call missed, then send a notification”: dit recept zorgt ervoor dat ik een notificatie op mijn iPad krijg, als ik een telefoongesprek op mijn Android-smartphone heb gemist
  • “If new watch later video on YouTube, then save for later in Pocket”: als ik een video markeer om later te bekijken, wordt deze automatisch aan mijn Pocket toegevoegd
  • “Save my iOS reminders to an Evernote checklist”: als ik een herinnering aanmaak op mijn iPad, dan wordt deze automatisch in een lijst gezet in een notitie in Evernote.

Dit zijn maar een paar mogelijkheden: zelf gebruik ik al 16 recepten. De mogelijkheden in de recepten zijn bijna eindeloos.

Wat kan ik ermee in de klas?

Ook hierin zijn de mogelijkheden bijna eindeloos. Als docent kun je IFTTT persoonlijk gebruiken, zoals ik met de voorbeelden hierboven heb aangegeven, maar je kunt IFTTT ook inzetten om bijvoorbeeld direct content te delen met leerlingen. Zo kun je een recept aanmaken die ervoor zorgt dat, wanneer je een document toevoegt aan een gedeelde Google Drive-map, hier direct een melding van wordt gemaakt in de Facebookgroep van die klas. Een ander voorbeeld is: stuur een mail naar trigger@ifttt.com met een bestand en IFTTT zorgt dat dit bestand in een notitie in een gedeeld notitieboek in Evernote terecht komt.

Kortom, IFTTT is handig in het automatiseren, versnellen en vergemakkelijken van jouw online bezigheden en die van de leerlingen. Heb je suggesties voor handige recepten of heb je nog vragen? Laat het me weten!

Chris.