ICT zinvol inzetten in je les en bij je leerlingbegeleiding? Zo doe je dat!

Techniek en onderwijs

ICT in je les inzetten of ICT inzetten bij de begeleiding van leerlingen buiten de les is niet nieuw. Maar hoe doe je dat goed? Technologie inzetten om de technologie is even leuk, maar het voegt geen meerwaarde toe aan het leerproces. Leerlingen vinden dit even leuk, maar zullen snel uitgekeken zijn. Toch geloof ik in de toegevoegde waarde die technologie het onderwijs kan bieden. Hoe zet je ICT zo in dat het je helpt om nog beter onderwijs te maken? Hoe zet je ICT zo in dat het zorgt voor betere leeruitkomsten voor je leerlingen? Waar start je? Samen met Michel van Ast schreef ik onlangs een artikel over dit onderwerp voor de ICT special van de laatste editie van het tijdschrift van de Landelijke Beroepsvereniging voor Remedial Teachers (www.lbrt.nl). Je vindt dit artikel hier.

Bij dit artikel maakten we een Symbaloo pagina, zodat de lezers de besproken tools en andere tools, sites en apps overzichtelijk bij elkaar kunnen zetten. Deze pagina is bij lange na niet compleet. Dat was ook niet onze intentie: we willen docenten, Remedial Teachers en andere onderwijsprofessionals handvatten bieden om te starten met zinvol ICT gebruik in de les.

Ik ben erg blij met het eindresultaat en deel de Symbaloo pagina graag. Zet jij ICT in om je leerlingen te activeren en om meer uit je lestijd te kunnen halen? Ik ben benieuwd naar je ervaringen! Let me know?

Fijne werkweek,

Patricia

Advertenties

Easy does it…

Techniek en onderwijs

“Gebruik jij veel nieuwe media in je les?” “Eh, neuj, ja… weet je, het is zo’n gedoe!” “ Ja, het moet tegenwoordig allemaal maar leuk zijn! Ik doe daar niet aan mee hoor, ik wil op de inhoud zitten.” Zomaar een gedeelte van een gesprek dat ik onlangs opving op een middelbare school. Ik schrik niet (meer) van dit soort opmerkingen en ik kan vaak best een eind in de gedachtegang meegaan. Helaas is het zo dat ik denk dat het gesprek niet de goede richting opgaat. Ik wil bijna iets zeggen…maar dat doe ik natuurlijk niet. Ik ben tenslotte geen gesprekspartner in dit gesprek.

Het onderwerp bespreek ik gelukkig wel vaak in andere contexten of op momenten dat ik wel onderdeel van de discussie ben. Alledrie de uitlatingen roepen veel bij mij op. Om bij de eerste te beginnen… “Gebruik jij veel nieuwe media in je les?” Wat is veel? Volgens mij zou je jezelf moeten afvragen of je tools en ict in kunt zetten om nog meer uit je lessen te halen, om meer leeropbrengst en betere leeruitkomsten te bewerkstelligen. En of je dat doet door eens per week met een handige app of toepassing te werken of dat je elke les opbouwt met goed gekozen tools maakt niet zoveel uit. Belangrijk is om te kijken naar wat het inzetten van ict gaat opleveren. Het antwoord, vervolgens: “Eh, neuj, ja… weet je, het is zo’n gedoe!”. Ook dit roept direct reactie op. Wat bedoel je met gedoe? Waarom is het gedoe? En belangrijker, het moet denk ik vooral geen gedoe zijn. Het voordeel van onze technologische samenleving is juist dat ict ons leven makkelijker moet maken, onze lessen efficiënter en het leren leuker! Als het voelt als gedoe is er iets mis. Daarnaast denken veel docenten die starten met het gebruik van tools dat het vooral ingewikkeld is en daarnaast heel veel tijd kost. Dit is echter helemaal niet het geval. Techniek en zeker apps en toepassingen voor gebruik in de klas, worden ontwikkeld op intuïtief gebruik: het moet vooral heel vanzelfsprekend gebruikt kunnen worden, tijdwinst opleveren en niet afleiden van de inhoud en de gewenste uitkomst. Er zijn inmiddels veel tools die je in de voorbereiding hooguit een paar minuten kosten om klaar te zetten. Vervolgens leveren deze toepassingen binnen je les veel tijdwinst, informatie en structuur. Denk maar eens aan een brainstorm sessie met Padlet, een digitale hulplijn bij zelfstandig werken en groepswerk in de vorm van Lino of een voorkennis activerende activiteit met behulp van AnswerGarden. Deze drie tools kosten je vrijwel geen tijd om in te richten voorafgaand aan je les en zijn soms ook nog her te gebruiken ook. Waar het, wederom, om gaat is dat je nadenkt over wat er uit de brainstorm moet komen, welk soort vragen en welke wijze van samenwerken je wilt zien met gebruik van de Lino en welke vraag je stelt met Answergarden. Met andere woorden, het gaat om het nadenken over je lesontwerp en je gewenste leeruitkomsten. De techniek is slechts ondersteunend. Houd het vooral simpel, dat is echt prima.

De laatste opmerking die ik opving van het gesprek hoor ik veel vaker en niet alleen bij de inzet van nieuwe media, ook bij discussies over activerende didactiek, methode keuzes, projecten en veel andere onderwijsinhoudelijke thema’s: “ Ja, het moet tegenwoordig allemaal maar leuk zijn! Ik doe daar niet aan mee hoor, ik wil op de inhoud zitten.” Hoe reageer je hierop? Mijn eerste reactie is namelijk het luid uit willen roepen dat het NATUURLIJK om de inhoud gaat! Het is de kerntaak van een docent om met inhoud bezig te zijn. Hoe je die inhoud over brengt is ook een belangrijke docenttaak. Vakinhoud (content knowledge) en didactiek (pedagogical knowledge) vormen al sinds jaar en dag (sinds 1986 om precies te zijn) de basis voor het pck model (Shulman, 1986). Het technische aspect is mooi ingepast in een enigszins nieuwere versie van dit model, TPACK genaamd en ontwikkeld door Mishra en Koehler (2006). Niet omdat het tegenwoordig “alleen maar leuk moet zijn” maar omdat goed ingezette techniek bijdraagt aan een betere transfer en beklijving van die absoluut belangrijke inhoud. Overigens, waarom zou leren niet leuk mogen zijn? In een kennissamenleving waar het leven lang leren niet alleen fijn is, maar ook gewoon vereist als je bij wilt blijven en volledig wilt participeren in een snel veranderende professionele omgeving, is het wel prettig dat het leren op een leuke, zo aantrekkelijk en efficiënt mogelijk manier kan plaatsvinden.

Wat fijn is aan dit soort gesprekken binnen de school is dat de dialoog op gang komt. Waar zijn we mee bezig? Waar gaan en willen we naartoe? Wat heb ik nodig om aan te kunnen blijven haken? Wat doe jij en hoe doe jij het? Oftewel, collegiale consultatie in de breedste zin vindt plaats binnen de organisatie. Het is aan de schoolleiding om de signalen op te pikken, gesprekken en verdieping te faciliteren en de visie en richting van de school zo te concretiseren en uit te dragen dat het als een routekaart gebruikt kan worden. Een uitdaging. Maar daar houden we van in het onderwijs, toch?

Happy learning!

Patricia

Effectief en verantwoord toepassen van innovatieve techniek in je les of school: een score index

Techniek en onderwijs

Een tijd terug volgde ik een Efficacy workshop in London bij Pearson. Ik maakte kennis met het door Pearson ontwikkelde en toegepaste Framework en bekeek met Team TeachPitch hoe dit model ons kon helpen om het platform nog meer in te richten naar gewenste leeruitkomsten van docenten. Afgelopen woensdag kreeg ik de kans om nogmaals met Pearson te mogen werken tijdens een workshop op de Online Educa in Berlijn. Ditmaal was de basis voor de workshop niet het Framework, maar een publicatie van Michael Fullan en Katelyn Donnelly: Alive in the Swamp. Deze publicatie en met name de gebruikte modellen helpen je bij het beoordelen/kiezen van digitale innovatie in het onderwijs.

Het leuke van deze workshop vond ik de bruikbaarheid van het model. Er werd gewerkt met een tool die je helpt de mogelijke veranderkracht te voorspellen van een potentiële digitale innovatie. Je kunt de index inzetten bij de evaluatie van nieuw materiaal, producten en school modellen en bekijkt het product vanuit drie invalshoeken: Pedagogy (didactiek), System Change en Technology. Zoals bij ieder model is Pedagogy de meest belangrijke: alles valt of staat bij de relatie tussen docent en leerlingen/studenten en de vaardigheden en kennis van de docent om leren tot stand te brengen en te faciliteren. De nadruk wordt telkens gelegd op geplande leeruitkomsten (niet te verwarren met leeropbrengsten). Toepassen van innovatieve techniek moet echt fundamenteel bijdragen aan betere of hogere leeruitkomsten en de ambities moeten hier hoog liggen. Met name dit laatste spreekt mij erg aan en is volgens mij de essentie van techniek in het onderwijs: geen doel op zich, maar een goed hulpmiddel om geplande leeruitkomsten te realiseren en te meten.

Mocht je nadenken over gebruik van ICT in je les, of ICT-toepassingen binnen school dan is deze publicatie een echte aanrader: http://www.nesta.org.uk/publications/alive-swamp-assessing-digital-innovations-education Sla ook het informatieve filmpje op deze site niet over.

See you next time!

Patricia

6 valkuilen in een ICT-beleidsplan (door Michel van Ast)

Techniek en onderwijs

Bezig met een ICT-beleidsplan binnen je school? Lees deze gastblog post van Michel van Ast en voorkom in ieder geval deze valkuilen!

Michel van Ast is als senior trainer / adviseur vooral actief op het thema ‘onderwijs en ICT’. Hij geeft lezingen en workshops, adviseert en begeleidt onderwijsinstellingen en traint en coacht docenten die technologie willen inzetten in hun eigen klas. Daarnaast schrijft hij regelmatig voor diverse onderwijsbladen en -blogs.

6 valkuilen in een ICT-beleidsplan

Ik krijg veel ICT-beleidsplannen van scholen onder ogen. Beleidsplannen met daarin uitgangspunten, argumenten en voornemens om voor (meer) ICT te kiezen. De kwaliteit van die beleidsplannen wisselt enorm, evenals de mate waarin ze gedragen worden door anderen dan de schoolleiding alleen. Maar wat mij met name opvalt is de overeenkomst in die uitgangspunten, argumenten en voornemens. En dat is goed, want dat betekent mogelijk dat veel scholen in Nederland op dezelfde manier kijken naar de inzet van ICT in hun onderwijs. Ik wil hier echter 6 veel terugkerende uitgangspunten noemen, omdat ik denk dat die gebaseerd zijn op misvattingen.

  1. Streven naar meer digitalisering

Ik struikel over het woord digitalisering, ik kom dat zo vaak tegen in plannen. In sommige gevallen wordt het uitgewerkt, maar in de meeste gevallen wordt het begrip te pas en te onpas gebruikt alsof iedereen dan onmiddellijk exact hetzelfde beeld in zijn of haar hoofd heeft. Vergelijk het met het woord ‘hond’. Als ik ‘hond’ zeg denkt de een aan een Teckel, terwijl de ander een Deense Dog voor zich ziet. Definieer daarom in je ICT-beleidsplan heel duidelijk wat je precies verstaat onder ‘digitalisering’.

  1. 50% van ons onderwijs moet digitaal

Dit uitgangspunt kom ik in meerdere vormen tegen. In sommige gevallen staat er expliciet iets bij over leermiddelen, in sommige gevallen wordt het afgemeten aan het aantal lessen of de tijdsduur per les. Maar het is in alle gevallen een eigenaardig uitgangspunt, omdat het al dan niet digitaal zijn van een les of leermiddel in de eerste plaats niets zegt over de kwaliteit ervan en in de tweede plaats niets zegt over of de vorm past bij de onderwijskundige visie van de school. Laat staan dat de hoeveelheid daar iets over zegt.

  1. Aansluiten bij de belevingswereld van de leerling

In vrijwel geen enkel ICT-beleidsplan ontbreekt dit uitgangspunt. Hier spreekt de wens uit om de leerling centraal te stellen. Maar als je bedenkt dat de belevingswereld van de leerling wat betreft ICT een heel andere is dan datgene wat veel scholen voor ogen hebben met ICT, dan zie je onmiddellijk dat je daar in veel gevallen niet aan kunt voldoen. Om het wat concreter te maken, ik was onlangs op een school die dat ook in hun ICT-beleidsplan hadden staan. Maar op vrijwel iedere deur in het gebouw hing een bordje met ‘mobiele telefoons in de school verboden’. Dat kunt je doen, mobiele telefoons in school verbieden, maar dan moet je niet als uitgangspunt opschrijven dat je met ICT wilt aansluiten bij de belevingswereld van je leerling.

  1. ICT om beter te kunnen differentiëren

Differentiëren, omgaan met verschillen, recht doen aan verschillen of hoe je het ook wilt noemen, het is een onderwerp dat veel mensen bezig houdt en dat ik veelvuldig teruglees in beleidsplannen. Ik denk dat het goed is om je af te vragen als school hoe je je onderwijs kunt inrichten, zodanig dat het recht doet aan alle verschillen van leerlingen. Maar je moet niet de illusie hebben dat je met behulp van ICT beter kunt differentiëren. Het begint namelijk met kunnen differentiëren, de stap daarna is ICT inzetten om een aantal dingen gemakkelijker te maken. Maar als je als docent niet in staat bent om te differentiëren, of je bent als school daar niet op ingericht, dan moet je niet verwachten dat ICT daar ook maar iets in gaat veranderen.

  1. ICT erin, boeken eruit

Ik begrijp dat wel, want je kunt je geld maar een keer uitgeven. De consequenties van die keuze, alle leermiddelen digitaal, zijn echter niet gering. Om te beginnen neemt de ‘screentime’, de tijd dat leerlingen achter een scherm zitten, enorm toe. Wil je dat? Bovendien, uit steeds meer onderzoeken blijkt dat het maken van aantekeningen met pen en papier leidt tot betere resultaten, zeker op conceptueel niveau, dan het maken van aantekeningen op een computer. En niet in de laatste plaats is het niet meteen heel handig om en je werkboek en je informatieboek en je online bronnen op een (klein) scherm te hebben.

  1. Gepersonaliseerd leren

Dit is al bijna net zo’n containerbegrip als ‘digitalisering’. En ook hier geldt dat ik niets heb tegen het begrip an sich en tegen de wens die erachter schuilgaat om beter aan te sluiten bij de individuele leerbehoefte van leerlingen, maar wel tegen de verwachtingen die erbij horen en de invulling die vaak wordt gekozen. Om te beginnen: al het leren is individueel. En dus gepersonaliseerd. Om de eenvoudige reden dat iedereen andere voorkennis, voorkeuren, talenten, etc. heeft. Maar zodra je gepersonaliseerd vertaalt naar digitale, interactieve en zogenaamd adaptieve leermiddelen zie je de computer als een apparaat om niets meer te doen dan leerstof bij leerling brengen. Daarmee verwar je leren met het aanbieden van leerstof volgens een computeralgoritme. Daarmee laat je de kracht van ICT, de kracht van laptops en tablets als leergereedschap volledig buiten beschouwing.

Michel van Ast
06 – 460 76 141

info@michelvanast.nl

@mvanast

LinkedIn

Google Formulieren

Techniek en onderwijs

Tool: Google Formulieren

Prijs: Gratis

Wat kan de tool?

Google Formulieren is een onderdeel van Google Drive. Heb je een Google account, dan kun je direct met deze twee aan de slag (als je een Gmail-adres hebt, heb je automatisch een Google account, hetzelfde geldt als je een Android-telefoon hebt). Vanuit Google Drive (jouw persoonlijke online harde schijf) kun je een Google Formulier opzetten (jouw nieuwe document). De mogelijkheden die de formulieren biedt zijn haast eindeloos. In het onderwijs, maar ook daarbuiten, worden de formulieren vaak gebruikt als enquête-middel. Gebruik je Google Formulieren echter alleen hiervoor, dan beperk je jezelf enorm in de mogelijkheden die de formulieren bieden. Google Formulieren is er namelijk voor gemaakt om alles wat je in formuliervorm kunt opzetten, digitaal te maken en online te verspreiden (van schriftelijke toets tot evaluatie van een gesprek).

Wat kan ik er mee in de organisatie en in de klas?

Zoals hierboven al beschreven, kun je de formulieren inzetten om bijvoorbeeld enquêtes op een snelle manier te verspreiden. Zo kun je via een Google Formulier je collega’s vragen om hun mening te geven over een studiedag. Ook kun je in een organisatie aanmeldingen voor een activiteit of evenement via een formulier laten verlopen. Formulieren in de les gebruiken? Dan is het handig om te weten dat je met Google Formulieren ook toetsen kunt opzetten, automatisch laten beoordelen en becijferen! Dit laatste kan je voor elkaar krijgen door in het formulier gebruik te maken van een ‘script’ (eigenlijk is het meer een extensie), namelijk Flubaroo. Deze extensie is erg simpel in gebruik, hoe het precies werkt kun je hier lezen. Naast toetsen kun je je leerlingen ook andere opdrachten laten inleveren via formulieren, zoals artikelen en andere schrijfsels.

De reacties op Google Formulieren (oftewel de opgegeven antwoorden), worden allemaal samengevoegd in een Google Spreadsheet, dat automatisch aan het formulier wordt gekoppeld en in je Google Drive komt te staan. Dit zorgt ervoor dat je af bent van die stapels papier en dat alle antwoorden overzichtelijk bij elkaar geplaatst worden en jij met die informatie direct iets kunt.

Heb jij nog meer leuke ideeën voor Google Formulieren in de klas of in de organisatie, of heb je nog vragen? Laat het me weten!

Chris.

Blend al je lescontent samen in Blendspace!

Techniek en onderwijs

Tool: Blendspace

Prijs: Gratis en betaald (Premium, $4 per maand)

Binnen het onderwijs is er al een groot aantal docenten die zelf instructievideo’s maakt en deelt voor hun leerlingen via bijvoorbeeld YouTube. De verwachting is dat dit aantal in de komende jaren nog flink gaat stijgen. Daarnaast gebruiken docenten ook steeds meer de filmpjes die gemaakt zijn door andere docenten of soms zelfs leerlingen. Om al deze content goed en overzichtelijk te kunnen bewaren zijn er diverse toepassingen. Hier komt Blendspace om de hoek kijken.

Wat kan de tool?

Op Blendspace kun je een gratis account aanmaken. De applicatie kent een gratis versie, maar ook een betaalde versie (Premium) waarbinnen er nog meer mogelijk is. De gratis versie biedt echter meer dan voldoende. Nadat je een account gemaakt hebt kun je starten met het maken van lessen. Dit betekent niet meer dan dat je pagina’s kunt maken waar je informatie over een bepaald onderwerp overzichtelijk bij elkaar plaatst. Je kunt eigen informatie uploaden via je computer, Google Drive of Dropbox, maar je kunt ook informatie zoeken en importeren vanuit bijvoorbeeld YouTube, Educreations en Flickr. Daarnaast kun je een tekst toevoegen en zelfs een multiple choice vraag invoegen. Alle informatie komt op één pagina te staan.

Wat kan ik ermee in de klas?

In Blendspace kun je klassen maken en je leerlingen uitnodigen om je pagina te bekijken. Je geeft hun de link naar de pagina en daarmee ontstaat een besloten groep waarbinnen al je lesmateriaal, huiswerk of leerlingenwerk overzichtelijk aanbiedt aan je klas. Je kunt natuurlijk ook openbare lessen maken die iedereen kan bekijken. Bekijk deze populaire les over fotosynthese maar eens. Deze is al 53500 keer bekeken en je kunt hem ook kopiëren als je hem zou willen gebruiken en/of uitbreiden. Blendspace biedt ook de mogelijkheid om direct quizjes te verwerken.

Wil je meer weten over Blendspace of ken je soortgelijke tools? Laat het me weten!

Chris

Hoe “recepten” je kunnen helpen je docententijd effectiever te gebruiken: IFTTT

Techniek en onderwijs

Tool: IFTTT

Prijs: Gratis

Tijd besparen op handelingen die je altijd opnieuw moet uitvoeren in apps, op websites en op sociale media en je meer kunnen richten op de inhoud. Dat willen we allemaal, toch? Het kan, dankzij IFTTT!

Wat kan de app?

IFTTT is een online service die apps, websites en sociale media verbindt. Ja, ik weet het, dit klinkt nogal vaag. De titel IFTTT maakt al meer duidelijk: IF This, Then That. Dit is afgeleid van computertaal: wordt er aan een bepaalde voorwaarde voldaan (trigger), dan moet er een handeling worden uitgevoerd (action). Oftewel, gebeurt er iets in een app, op een website, of op een sociaal medium, dan wordt er actie ondernomen, en wordt de vooraf bepaalde handeling uitgevoerd. IFTTT is gekoppeld aan 136 ‘kanalen’ (oftewel 136 verschillende apps, websites en sociale media). Veel van deze kanalen kent iedereen (van Facebook tot Twitter en van Google Drive tot Instagram). Ook zijn er minder bekende services gekoppeld, zoals Pushbullet en OneNote. Daarnaast kun je IFTTT integreren in je smartphone of tablet, met de apps voor iOS en Android.

Eenmaal een account aangemaakt op IFTTT, kun je jouw eerste ‘recept’ (recipe genoemd) creeëren. Ook kun je browsen door de honderden, waarschijnlijk al duizenden, recepten, die andere gebruikers hebben gemaakt. Kies een trigger en selecteer een actie die moet worden uitgevoerd, als aan deze trigger is voldaan. (Gebruik je een bepaalde service voor de eerste keer in combinatie met IFTTT, dan moet je IFTTT vaak even eenmalig toegang geven, dit is met twee kliks gebeurt.) Een aantal voorbeelden uit mijn ‘receptenboek’:

  • “If any phone call missed, then send a notification”: dit recept zorgt ervoor dat ik een notificatie op mijn iPad krijg, als ik een telefoongesprek op mijn Android-smartphone heb gemist
  • “If new watch later video on YouTube, then save for later in Pocket”: als ik een video markeer om later te bekijken, wordt deze automatisch aan mijn Pocket toegevoegd
  • “Save my iOS reminders to an Evernote checklist”: als ik een herinnering aanmaak op mijn iPad, dan wordt deze automatisch in een lijst gezet in een notitie in Evernote.

Dit zijn maar een paar mogelijkheden: zelf gebruik ik al 16 recepten. De mogelijkheden in de recepten zijn bijna eindeloos.

Wat kan ik ermee in de klas?

Ook hierin zijn de mogelijkheden bijna eindeloos. Als docent kun je IFTTT persoonlijk gebruiken, zoals ik met de voorbeelden hierboven heb aangegeven, maar je kunt IFTTT ook inzetten om bijvoorbeeld direct content te delen met leerlingen. Zo kun je een recept aanmaken die ervoor zorgt dat, wanneer je een document toevoegt aan een gedeelde Google Drive-map, hier direct een melding van wordt gemaakt in de Facebookgroep van die klas. Een ander voorbeeld is: stuur een mail naar trigger@ifttt.com met een bestand en IFTTT zorgt dat dit bestand in een notitie in een gedeeld notitieboek in Evernote terecht komt.

Kortom, IFTTT is handig in het automatiseren, versnellen en vergemakkelijken van jouw online bezigheden en die van de leerlingen. Heb je suggesties voor handige recepten of heb je nog vragen? Laat het me weten!

Chris.

30 Tablets van de schoolleiding gekregen… wat nu?

Techniek en onderwijs

Vol enthousiasme heeft het management tablets aangeschaft, iPads, om precies te zijn. Met hetzelfde enthousiasme wordt de pallet met iPads ontvangen. Maar wat nu? Hoe kunnen we er nu voor zorgen dat de iPads op een leuke, maar veilige manier door de leerlingen (en hun docenten!) kunnen worden gebruikt? Met dezelfde vraag zat ik ook, nu ongeveer een jaar geleden. In dit artikel zal ik vertellen hoe ik dit heb aangepakt. De iPads geef ik als voorbeeld, maar veel van de besproken acties kunnen uiteraard ook worden uitgevoerd met, bijvoorbeeld, Android- of Windows-tablets.

De vraag heb ik toentertijd voor mijzelf opgedeeld in twee ‘deelvragen’:

  1. hoe kunnen we het gebruik van de iPads overzichtelijk houden en
  2. hoe kunnen we de iPads beheren.

Laten we beginnen met die eerste vraag. Vooral de hoeveelheid apparaten die je tot je beschikking hebt, bepaalt welk antwoord je hierop kunt geven. Zo kun je maar een beperkt aantal iPads ter beschikking hebben (bijvoorbeeld 5 of 10), een aantal waarmee je een hele klas kan voorzien (bijvoorbeeld 30) of een aantal waarmee je meer dan één klas kan voorzien (ca. 60 of meer). Met een klein aantal kun je ervoor kiezen, mondeling overeen te komen welke collega’s de apparaten op bepaalde momenten gebruiken. Bij grotere aantallen kan dit lastiger worden, immers, meerdere klassen kunnen tegelijk gebruik maken van de iPads. Het kan dan makkelijk zijn om een toegankelijk en overzichtelijk overzicht te maken welke apparaten wanneer gebruikt worden. Ik heb er voor gekozen een simpel Google-formulier op te zetten, waarin de docenten kunnen zien welke iPads waar en wanneer in gebruik zijn en ook welke iPads dus nog vrij zijn. Je kunt aan een dergelijk systeem je eigen invulling geven, maar de eenvoud en toegankelijkheid van Google Formulieren hebben mij overtuigd van deze manier.

Hoe zorg je er nu voor dat de iPads goed beveiligd zijn en dat het beheren van apps en andere instellingen makkelijk verloopt, zonder dat je deze zaken per iPad (bijv. 5, 30 of zelf 60 keer), moet gaan uitvoeren. Hiervoor bestaan verschillende beheersystemen. Voor iPads heeft Apple zijn eigen Apple Configurator. Ik heb gekozen voor het eenvoudige Meraki van Cisco. Meraki is een zogenaamd “cloud-management”-tool: vanuit Meraki kun je op een onbeperkt aantal apparaten een profiel installeren (dit moet helaas wel per apparaat gebeuren, maar dit is éénmalig en kost maximaal 2 minuten per apparaat) en door op dit profiel, via de website, verschillende aanpassingen uit te voeren, worden dezelfde aanpassingen door Meraki automatisch op elk apparaat uitgevoerd. Meraki biedt hierin veel mogelijkheden: naast het installeren van apps op (groepen van!) de apparaten, kan men voorkomen dat leerlingen apps downloaden of “in-app-purchases” doen. Ook kun je bladwijzers naar veelgebruikte websites op het startscherm zetten, toegankelijkheidsopties aan- of uitzetten en zelfs ervoor zorgen dat men een melding krijgt als een apparaat bijvoorbeeld buiten een straal van 100 meter van het gebouw terecht komt. Dit is slechts een klein aantal van de mogelijkheden die Meraki biedt. Één van de nadelen van dit systeem is dat de functies worden beperkt als men geen internetverbinding heeft (het laatst toegepaste profiel staat nog wel op het apparaat, met de bijbehorende apps en beveiliging, maar nieuwe instellingen zullen niet worden doorgevoerd). Tegen dit probleem zul je echter met veel, zo niet alle beheersystemen lopen.

Wil je meer weten over Meraki of andere beheersystemen, wil je je eigen ervaringen delen of heb je een andere vraag? Laat het me weten!

Chris.

Maak nóg beter gebruik van video in de les met Blubbr!

Techniek en onderwijs

Tool: Blubbr

Prijs: Gratis

Je kent het vast wel van vroeger: op het moment dat je als leerling de klas binnenliep en je dé tv-kast zag staan, dan wist je dat er iets leuks stond te gebeuren. Inderdaad, er zou een video worden gekeken. Nu kijkt een leerling er op een gemiddelde school niet meer van op als er een aantal iPads of laptops klaarliggen. Hoe kun je het ‘ouderwetse’ filmpjes kijken dan nog aantrekkelijk maken? Maak ze uitdagend en interactief met Blubbr!

Wat kan de app?

Blubbr biedt de mogelijkheid om aan bestaande YouTube-filmpjes vragen toe te voegen. Zo maak je van een YouTube-film in een paar klikken een digitale quiz. Maak hiervoor een account aan op Blubbr (inloggen met Facebook en Twitter is ook mogelijk) en je kan aan de slag: maak een ‘trivia’ (een quiz) aan, zoek het YouTube-filmpje erbij en voeg vragen toe. Dit laatste doe je door een fragment te selecteren, welke je vóór de vraag wilt laten zien. Dan voer je de vraag en het goede en de foute antwoorden en dit herhaal je voor de rest van de vragen. Je kunt je quiz eventueel in een preview-modus bekijken en, weet je zeker dat je klaar bent, dan kun je de quiz opslaan door op ‘I’m done’ te klikken. Je krijgt nu nog de mogelijkheid om je titel te veranderen, de quiz aan een categorie toe te wijzen of tags toe te voegen. Ben je helemaal klaar, klik dan op ‘Publish’. De quiz kun je delen door op ‘Challenge a friend’ of op de andere mogelijkheden (via de link, Facebook, Twitter etc.) te klikken.

Wat kan ik ermee in de klas?

Met Blubbr kun je flipping the classroom naar een next level tillen. Laat je leerlingen voor de les het YouTube-filmpje bekijken en laat ze er in de les, met een Blubbr-quiz, vragen bij maken. Daarnaast is het natuurlijk een goed idee de leerlingen zelf vragen te laten maken bij een (eventueel door jou gekozen) YouTube-filmpje.

Blubbr werkt met Adobe Flash Player en zal daardoor niet of beperkt werken op mobiele apparaten (bijv. op een iPad of een Android-apparaat). Blubbr is daardoor het best te gebruiken op een vaste computer of op een laptop.

Heb je nog vragen of wil je je ervaringen delen? Laat het me weten!

Chris

Jouw persoonlijke onderwijsassistent!

Techniek en onderwijs

Op elk moment weten wat je volgende afspraak is, waar je moet zijn en of er nog interessant nieuws is? Klinkt als een persoonlijke assistent, niet? Het kan zijn dat je hem (of haar) al in je broekzak hebt zitten! De meesten zullen al begrijpen waar ik op doel: de digitale assistenten van Apple en Google. Beide merken staan bekend om hun geweldige ingebouwde day-to-day hulp: respectievelijk Siri en Google Now. Mocht je één van beide nog niet kennen, klik dan hier voor informatie over Siri en hier voor informatie over Google Now. Hoe kun je Siri en Google Now nu nuttig maken op jouw drukke onderwijsdag? Dat is wat ik hier in het kort ga beschrijven.

Siri staat om zijn geweldige (Engelse!) spraakherkenning bekend en zijn enorme scala aan functies. Google Now heeft deze spraakherkenning ook, maar voor Google Now is het volgende veel belangrijker: the right information at the right time. Een belangrijk startpunt om Siri te gaan gebruiken is ervoor zorgen dat jouw digitale agenda op je iPad of iPhone komt te staan. Op je iPad of iPhone is dat heel gemakkelijk: ga naar “Instellingen”, “Mail, Contacten, Agenda”, klik op “Nieuwe account”, kies jouw soort digitale agenda (bv. van Google), voor de informatie in, geef aan welke gegevens je wilt synchroniseren (kies bv. alleen voor agenda) en klik op voltooien. Heb je nog geen digitale agenda, maar wil je hiermee wel graag op je iPad of iPhone werken, dan kun je direct naar de Agenda-app gaan en afspraken gaan maken, de gegevens worden dan in een iCloud-agenda opgeslagen.

Google Now werkt helaas nu alleen nog met, inderdaad, een Google-agenda, maar voor velen is dat geen probleem. Download de Google Agenda-app voor Android en de Google Search app (Google Now zit hier ingebouwd) en je kunt aan de slag! (Voor de echte Google-fans is er sinds kort ook een Google Now Launcher, waarmee je de echte Android-ervaring op je telefoon of tablet krijgt, en waarbij Google Now standaard op je thuisscherm staat.)

Eenmaal opgezet (dit duurt maximaal vijf minuutjes) kun je aan de slag met je nieuwe persoonlijke assistent! Vraag aan Siri “What are my upcoming appointments?” en ze geeft je afspraken in een mooie weergave weer. Hetzelfde kun je doen bij Google Now.

Beide assistenten kunnen echter nog veel meer: vraag bijvoorbeeld naar het weer of naar een route of voer een zoekopdracht uit. Vind je het een beetje raar om tegen je telefoon te praten? Siri krijgt dan beperkte functies, maar je iPad of iPhone heeft ook het ingebouwde vandaag-scherm (sleep van bovenaan je scherm naar beneden). Google Now heeft ook een dergelijke weergave, soms uitgebreider (Google Now leert van jouw online gedrag, zo krijg ik soms ook aanbevolen websites te zien of nieuws van websites die ik vaak bezoek), maar meer flexibel (meldingen op dit scherm kun je bijvoorbeeld aanpassen of wegvegen).

Ik hoor je denken; “Wat kan ik hier nu mee in het onderwijs?”. Zoals hierboven beschreven kunnen zowel Siri en Google Now jou helpen om je dag beter te organiseren. Vraag direct informatie op of krijg op het juiste moment de juiste informatie voorgeschoteld. Ik gebruik Google Now dagelijks (Siri wat minder, omdat je hier tegen moet praten, maar het mooie vandaag-scherm gebruik ik hiervoor in de plaats), en het helpt me overzicht te houden op wat er nog te doen is en wat er in de wereld aan de gang is.

Ik raad zowel Siri als Google Now van harte aan en mocht je er nog vragen over hebben, laat het me weten!

Chris